Bij een glas fruitjus denk je aan een glas sinasappelsap, of mango, of perzik, maar bij een “groot glas fruitjus” weet je dat daar de stukjes fruit in rond drijven, en aan de rand hangen een schil sinasappel en een stokje met een stukje banaan en mango, wat een verschil.
Terwijl ik slurpend de koele jus naar binnen werk, af en toe omdraai om te zien wat er in het straatje gebeurt, bestel ik mijn menu, een “Salade de Mer” met veel zeefruit en zalm.
Er komt een papiertje op de tafel te liggen wat er al vandoor lijkt te willen voordat het bestek er opgerold in een papieren servetje op ligt, en als het glas jus aan de andere kant op de punt staat blijft het kleurrijke papiertje liggen.
Ik buig voorover om me aan het rietje te begeven maar natuurlijk is de afstand te kort, dus neem ik het glas ter hand en woeps, weg papier, de servet vliegt er achteraan en het bestek ligt in het zand.
‘Wel deksels nogs toe’, ik raap mijn mes en vork weer op, bedenk of ik de achtervolging in ga zetten op mijn servet en kleurrijke papiertje, maar het gaat er met de wind toch weer vandoor.
Het waait altijd op de Caraïben, een heerlijke warme wind die enigszins voor verkoeling zorgt, al is dat niet lager dan dertig graden, absoluut niet.
Mijn glas is weldra leeg en ik bestel een tweede glas, maar dan mangojus, een beetje variatie kan geen kwaad.
Eerst komt het glas jus, weer zo’n joekel maar dan zonder stokje en schijfjes fruit, en dan komt de salade, een groot bord met daarop frisse groene salade, op de rand enkele pepers waar de creoolse keuken zo bekend om is, door elkaar gehutst de zeevruchten en zalm en afgemaakt met een creoolse saus en tomaatjes.
Mijn kledingvoorschrift van deze dag is eenvoudig, een local Tshirt, een Tshirt dat bestaat uit duizenden kleine gaatjes en drie grote gaten waar armen en hoofd door gaan, in de kleur blauw.