We houden het voor gezien, we gaan naar het concert, dat komt beter in ons straatje uit.
Wel wel wel, ook daar staat dus een dominee met een bandje, en het plein zit en staat vol met de toeterende automobilisten van de rotonde, inclusief een enorme dame met een knaloranje broek die zo strak zit dat ik me afvraag met welke snelheid die daar ingeschoten is, die als eerste de heupen hevig wiegend, het midden van het plein op stuift onder luid halleluja geroep van de dominee, halleluja !
Goedenavond Riviere-Pilote, halleluja !
Goedenavond Ste-Luce, halleluja !
He jij daar (wijst tie nou naar mij ?) halleluja, en de menigte staat massaal op en schreeuwt ‘halleluja !!!! ‘
Goedenavond Fort-de-France, halleluja !
‘halleluja !!!!’ schreeuwt de menigte weer, en de muziek is als jazz, men swingt, men heeft plezier, waarempel ik moet een traantje wegpinken, men heeft plezier in god.
Wat een wereld van verschil met onze slowmotion psalmversjes van drop en pepermunt vretende doemdenkende mensen.
‘God leeft ! halleluja!’ zingt de dominee, en de saxofoon schettert zijn mooiste klanken naar ’s heeren hemelrijk.
Kinderen rennen al dansend door de menigte heen, moeders laten hun kroost los en vertrouwen het de menigte toe, de dominee komt van het podium af ‘halleluja!’ en de kinderen drommen om hem heen, hij aait ze over hun kroeskoppies ‘hallelujahhhhh !’ en de trompetten klinken links en rechts alsof de wagen der heirscharen en de cherubijnen door de straten komt stuiven ‘halleluja !’ en als de dominee een van de kinderen oppakt en met hem of haar op zijn hoofd door het publiek danst wist ik het zeker, dit is het paradijs.
Halleluja.