De stad Marin ga ik weinig over vertellen, het is al weer meer een Amerikaanse stad met de duidelijke Caribische trekken maar de enorme hoeveelheid jachten en zeiljachten voor de kust zeggen genoeg om er weinig romantisch over te denken.
Het is er een komen en gaan van duur, glitter, en blanke mensen, we rijden er snel weer weg.
Als we ’s avonds terug komen in Ste-Luce gaan we eerst douchen en daarna naar een ander restaurant.
Er is nog een klein tafeltje vrij tussen twee andere tweepersoons tafeltjes, we schuiven aan.
Al direct ontstaat er een gezellige sfeer en praten we met iedereen, en zelfs de Spaanse toeristen aan het tafeltje in de hoek worden erbij betrokken en zitten we ingepakt tussen de Spanjaarden die een huwelijksreis aan het maken zijn, een Belgisch koppel wat in canada woont, en een Zwitsers koppel wat in, U raad het al, Zwitserland woont, want Zwitsers houden echt van hun land.
Behalve de Spaanse versgehuwden spreekt iedereen Frans, een van de liefdesduifjes redelijk Frans, maar allemaal spreken we engels, dus het is een mix van talen waar de martiniquaise helemaal hoteldebotel van worden, maar met een beetje rhum wordt het al weer wat meer hotel dan botel en komen we er goed door.
Uiteindelijk geven de canadese belgen ons een advies ; ga naar het uiterste puntje van het eiland en stop niet bij het bord wat aangeeft dat de weg dood loopt, rij gewoon door, dan moet je een stukkie lopen, een kilometer of twintig, en daar woont een visser die je voor een paar euro’s en een praatje weer afzet op het strand bij jouw auto.
Klinkt allemaal een beetje scheef maar we bedanken hem wel voor de tip, waarna we de fles oude rhum van Neison soldaat maken, en ik in een redelijk beschonken toestand voor de zoveelste keer probeer te vertalen wat dat nu eigenlijk is, soldaat maken.
Als de jazz inzet en de muzikant mijn vertaling omzet in songtekst laat ik me uitgedijd op de stoel vallen, dommel tussen rhumdromen en jazzmuziek heen en weer, en wordt bijgestaan door de Spaanse bruid die tegen me aanhangt en flink diep in het rhumglaasje heeft gekeken.
We zijn het er wel over eens, ‘dezhe opf eiken gestttookte oude Neison ifs de befste rhum die er bffestaat’.