Het eerste wat me welkom heet zijn enorme spinnen die hun web overal in het huis hebben gemaakt, tot voor de deuren, van links naar rechts en boven naar onder toe.
De potten en pannen op het aanrecht lijken vast gehouden te worden door de spinraggen en het vet wat er onder kleeft.
We waren in Israel een aantal jaren geleden voor een bruiloft van een goede vriend en tijdens onze rondreis logeerde we in een klein hotel in het noorden waar de eigenaaresse het ontbijd serveerde met zelfgebakken broden, zelfgemaakte jam en vele andere lekkernijen uit de tuin, of die van de buren.
De kamers waren een lust voor het oog en vol met creativiteit van kunstenaars en oudheidkundige objecten.
“ zoiets zou ik ook wel willen doen, zei pierre toen.
We hadden niet in de gaten dat het jaren zou duren eer we daar de kans voor zouden krijgen.
Een kleine advertentie bij een makelaar met een enorme eetlust, aan zijn omvang te zien, maakte pierre nieuwsgierig naar de oude boerderij niet ver van waar ik in een appartement woonde.
Een klein dorpje met enkel en alleen een bakkertje en verder alleen maar boeren, aan de doorgaande weg vanuit het noorden naar Bordeaux, de stad der wijnen.
Net aan het begin van het dorpje ligt een klein perceel met daarop een oude boerderij van omstreeks 1850, waarvan een deel al reeds na de tweede wereldoorlog is omgebouwd tot een nieuw woonhuis.
De eigenaarresse, een mevrouw die sterk dementerend is, woont waarschijnlijk bij een van haar kinderen in het diepe zuiden van frankrijk.
Pierre is direct verliefd op het pand met zijn enorme tuin en begint de onderhandelingen met de dikbuikige makelaar.
Na 3 maanden zijn we in het bezit van de sleutel en is de familie van de mevrouw aan het ruimen, onder toeziend oog van ons, nieuwsgierige moderne mensen die in alles antiek of curiosa zien.
Steeds meer wordt er door de zonen, neven, of ander frans gebroed op de ene kant van de vrachtwagen gegooid, en steeds meer wordt er door ons aan de ander kant weer vanaf getrokken en verstopt in de ‘granche’
“laten we effe wat afspreken, zegt de oudste van het kinderijk, want zo komt die vrachtwagen nooit vol.
“wat wil je hebben en wat gooien we weg?
Volgens mij is het makkelijker als ze pakken wat ze nodig hebben, schoonmaken waar geveegd kan worden, en alles laten staan voor ons “we hebben toch ook spullen nodig voor in het gasthuis straks, zeg ik.
Dat alles zo precies opgevat werd was me toen niet duidelijk, maar nu, alle mensen !