‘Ik reed op de weg, toen was er een klap en ik denk dat de panda toen struikelde.’
‘Struikelde ?’ vraagt de dokter me.
Ik lig op een brancard te wachten in het ziekenhuis van Trinité tot de verdoving gaat werken en ze kunnen beginnen met de werkzaamheden op mijn schedel die ondertussen gedeeltelijk is ontdaan van de vacht.
‘Ja zoiets ja', hoe leg ik het anders uit, er was een gat in de weg en de panda viel daar in, en stond toen overeind, met zijn kont omhoog.’
De politieman vind alles best wat ik zeg en schrijft het op, waarschijnlijk flikkert hij alles toch weer weg dus wat maakt het verhaal eigenlijk uit.
Dat een blanke met een gloednieuwe panda in een gat rijd, niet hard, niets gaat hier hard of snel, alleen het legen van je Rhumglas, de rest gaat langzaam.
Op de snelweg rijden mensen dertig kilometer per uur, want er staat een camera van de politie en je mag maar zeventig.
Enorme files strekken zich uit van noord tot zuid omdat er op een negentig-kilometer-weg een camera staat en gaan ze dus het zekere voor het onzekere maar vijftig rijden, is altijd beter dan een bon.
Oh ja, wel even stoppen midden op een rotonde om een praatje te maken, of om iemand af te zetten, en dat de hele mikmak achter ze voor kilometers stilstaat is niet van belang.
Op de vluchtstrook staan barbeques te roken als de schoorstenen van de hoogovens, de geur is geweldig, maar het idee met langsrazende auto’s een kippenpootje te nuttigen is me toch een beetje te gortig.
‘Voelt U dit ?’ nee ik voel niets meer leg ik de dokter uit, en dus komen naald en garen, spijkers en krammen tevoorschijn en wordt ik gerepareerd, daarna gaat er een crème op voor eventuele tropische bacteriën die wij als Europeanen niet verdragen en wordt ik de zaal ingereden.
Net als in metropool is de gezondheidszorg, ongeacht de tegeltjes die van de muur vallen en de kozijnen die geen verf meer hebben, buitengewoon goed.
Ik ben in goede handen, er wordt me om de dertig minuten gevraagd of ik iets voel, hoofdpijn heb, m’n knieën kan bewegen, en dat kan ik natuurlijk, en of ik geen gezichtsverlies heb, en dat heb ik ook niet.
Ik krijg een lijst onder m’n neus geduwd, of eigenlijk, boven mijn neus want ik lig plat, en moet op een knopje drukken als ik een van de punten scoor.
Uiterst goed voorbereid allemaal, immers kan ik heel simpel een bacterie oplopen en de op de lijst vermelde punten zijn indicatiepunten die een waarneming kunnen zijn van een bacterie die me te pakken heeft.
Het gaat goed, de bacterie blijft weg, er wordt nog eens gekeken naar de schade, er gaat weer een cremepje op en ik mag weer sturen, met een andere panda uiteraard daar panda nummer een de geest heeft geven in een kuil ergens tussen enorme palmen en lianen, op de noordkant van het betoverende eiland.