De volgende plaats is Sainte-Marie, de hoofdstraat is van stoffig zand en een jongen klimt behendig in de palmbomen om de kokosnoten eruit te keilen in de richting van zijn moeder die ze op de bak van een pick-up gooit.
Het is hier waar de enorme driemaster van de admiraliteit voor de kust ligt.
“hebben ze noten nodig ?” schreeuwt de jongen van hoog uit de boom
Ik kijk omhoog en zie enkel vlagen van zijn rode shirt, hij is zo goed als opgeslokt door de bladermassa hoog boven de straat.
De straat is stoffig, de vissersbootjes liggen links en rechts op stukken boomstam te wachten, hun netten hangen te drogen over de gangboorden en spiegel.
Voor deze dag is de visserij weer gedaan, de buit is binnen en ligt op tafels te wachten op de kopers.
Al vroeg vanmorgen was er een sloep aan wal gemeerd om een flinke vis te komen kopen, “ze hadden de visser zien stoeien”, riepen ze naar me toen ze voorbij kwamen en op zoek gingen naar zijn boot.
Vanuit hun houten vissersboten die veelal met de spaan voortbewogen worden, vist men met een dikke lijn en haak, de hengel heeft men niet nodig.
Eenmaal beet zet je de haak scherp op een klos in de boot en ga je halen, net zolang totdat de vis kort bij de boot is en zijn strijd zwakker wordt door het uitputtende gevecht.
De visser had er een flinke klus aan gehad de enorme blauwe marlijn die hij aan de lijn had naar zich toe te trekken, en toen ze met drie man de vis aan boord moesten hijsen was de boot bijna omgekieperd.
De hele straat had even de adem ingehouden toen de vissers hun vangst naar de tafel sjouwden waar ze aan de slacht begonnen.
Ik kijk er even naar maar ben snel verdwenen als de bloederige massa zich ene weg baant door de snede in de buik van het dier.
Ik kan er niet aan wennen, kan er nooit aan wennen denk ik, iets doden is voor mij een onherroepelijke misdaad, of dit nu met vissen of met jagen gebeurt.
Nee, ik ben geen vegetariër, U hebt toch kunnen lezen dat ik de ribben van de barbeque van obama graag lust.